//
you're reading...
overig

essay college

Vrije Universiteit
Faculteit der wijsbegeerte
college Kennis en Verbeelding
Mariëtte Willemsen

essay
Karin Wijnen

februari 2005

“… deze middagen waren rijker aan gebeurtenissen dan soms een heel mensenleven. Het ware de gebeurtenissen die in het boek voorkwamen dat ik aan het lezen was; weliswaar waren de daarin optredende personen niet ‘echt’ zoals Françoise zei. Maar al de gevoelens waarmee wij het lief en leed van een echte persoon meebeleven, komen ook alleen maar tot stand door het beeld dat wij ons van dit lief en leed maken.”

Marcel Proust
Op zoek naar de verloren tijd. Deel 1, Combray

EEN
Op 13 juli 1996 woonde ik het slotconcert van de Kurt Thomas-cursus bij waar A Survivor from Warsaw opus 46 (1947) van Arnold Schönberg (1874-1951) werd uitgevoerd. Het concert vond plaats in de Jacobikerk in Utrecht. A Survivor was het laatste werk van dat concert. Het is een compositie voor verteller, mannenkoor en orkest. De titel van de compositie geeft aan dat een overlevende aan het woord is. Deze overlevende vertelt in het engels (sprechstimme) over een gebeurtenis die hij meemaakte toen hij ondergedoken leefde in de riolen van Warschau. (1) Het werk duurt nog geen zeven minuten. Tijdens de compositie verschuift het perspectief van de verteller naar de gebeurtenis zelf. Trompetten blazen reveille, het geschreeuw van de sergeant, in het duits, de enige die in het duits aan het woord is. Niet door andere solisten gesproken, maar door de verteller. Het tellen van de nog levenden. Een benauwende, beklemmende sfeer die steeds verder opgevoerd wordt, steeds luider, steeds onrustiger. En dan tijdens het tellen hoeveel nog leefden en naar de gaskamers worden afgevoerd, begint een mannenkoor te zingen. Ik had de aanwezigheid van het koor niet opgemerkt, het stond niet op zijn gebruikelijke plaats achter het orkest, maar had plaatsgenomen in kolombanken rond de pilaren voorin de kerk. De verteller vertelt over de gebeurtenis dat allen onverwachts begonnen te zingen, alsof het was afgesproken. Vanaf het eerste begin wordt de spanning opgevoerd en weet je dat die naar een climax moet leiden. Ik had voorbereid kunnen zijn, maar toen het koor het Sh’ma Yisrael begon te zingen sloeg mijn hart één slag over. Het was letterlijk en figuurlijk alsof ik me midden tussen al die zingende mensen bevond.

Een paar jaar na dit concert zag ik op tv een interview waarin de geïnterviewde vertelde over een zelfde soort indrukwekkende gebeurtenis dat hij had meegemaakt, maar in een andere tijd, in een ander land. Wole Soyinka, geïnterviewd door Wim Kayzer in het kader van zijn tv-serie Van de Schoonheid en de troost. (2) Het interview vond plaats in november 1997. Het interview zoals Kayzer het geredigeerd heeft, duurt bijna anderhalf uur. De camera heeft een vaste stand die af en toe in- of uitzoemt. Er worden geen andere beelden gebruikt, geen muziek. Slechts twee stemmen zijn te horen: Kayzer en Soyinka. Alleen deze laatste is in beeld. Het interview is in blokken geknipt, als paragrafen in een tekst, van elkaar gescheiden door zwart beeld waarin de titel van de volgende paragraaf verschijnt. Het fragment waarin Soyinka vertelt over het zingen van de gevangenen op de dag van een executie draagt als titel Dodenkoor en duurt drie-en-een-halve minuut. (3) Ik vraag me af of dit fragment me was bijgebleven als ik de ervaring van het concert niet had gehad. Maar dat had ik wel. Het schoot zelfs meteen door mijn hoofd.

Zou Marcel Proust gelijk hebben wanneer hij naar aanleiding van het beleven van een roman zegt dat “al de gevoelens waarmee wij het lief en leed van een echte persoon [Soyinka] meebeleven, alleen maar tot stand komen door het beeld [A Survivor] dat wij ons van dit lief en leed maken.” Heeft Schönberg mij geholpen een beeld te maken van deze gebeurtenis?

TWEE
De vraag die Wim Kayzer aan Wole Soyinka stelt, luidt: “Een rare vraag aan iemand die twee jaar gevangen heeft gezeten: Wat waren de schoonheid en troost van die tijd? Die moeten er achteraf bezien ook zijn geweest.” En hierop beschrijft Soyinka de gebeurtenis. De gestelde vraag is echter niet meer de vraag van een betrokkene, Kayzer is hier de interviewer die de beschrijving van Soyinka kent en hem tijdens het interview voor de camera opnieuw het verhaal wil laten vertellen. De verteller in A Survivor is feitelijk met niemand in gesprek. De verteller is een mannenstem die zijn partij tot klinken brengt, maar hij is tevens de overlevende uit Warschau. (4) Deze overlevende vertelt wel aan iemand. Hij probeert niet alleen te vertellen van een gebeurtenis, hij probeert de ander waarmee hij in gesprek is (maar niet expliciet in de compositie aanwezig) antwoord te geven op zijn vraag een uitleg te geven hoe dat precies was, dat grandioze moment. Omdat die ander, die de gruwelijkheden van WO II in Europa niet heeft meegemaakt, het zo moeilijk vindt zich dit moment voor te stellen. Voor zover hij zich daar al een voorstelling van zou kunnen maken, zich al helemaal geen idee kan vormen dat mensen in zulke omstandigheden gaan zingen! Mijn voorstelling is dat de overlevende en de ander elkaar ergens ontmoet hebben, en op de een of andere manier in een intiem gesprek verzeild zijn geraakt, als volslagen vreemden van elkaar en juist daarom zo intiem en aandachtig. En als deze onverwachte ontmoeting ten einde komt, nemen ze als oude bekende afscheid zonder telefoonnummer of zelfs namen te hebben uitgewisseld, maar dit gesprek voor altijd in gedachte houdend. Ik denk dat deze ander het publiek is, dat aan het einde van het concert zijn jas ophaalt uit de garderobe en ieder zijn eigen weg gaat, maar allen iets van dit gesprek met zich meenemen.

Het verhaal van de overlevende is niet alleen als een persoonlijk gesprek. Op het moment dat die mensen gaan zingen, zit je rechtop in je stoel meegetrokken door die enorme kracht die uit het niets verschijnt. Het is haast onmogelijk om afgeleid te worden, om niet met volle aandacht te luisteren. Het verhaal van Soyinka kan je ontgaan, als je afgeleid bent, je aandacht laat verslappen. Zonder volledige aandacht voor wat hij zegt, welke woorden hij gebruikt, zijn mimiek, enz. ontgaat zijn verhaal en wat dit voor hem betekent. Terwijl de regiseur dit moment omkaderd heeft door enkele framen zwart, en het een titel heeft meegegeven. Maar hij heeft het hierdoor ook gelijkgesteld aan de andere besproken onderwerpen die op dezelfde manier geïntroduceerd worden. Daarnaast stelt de interviewer, zoals ik al opmerkte niet de vragen die je als betrokken luisteraar op je hart liggen, je bent hier als tv kijker de derde persoon, die dit gesprek van een afstand (be)luisterd. De afstand tussen jou als luisteraar en hem als getuige wordt niet overbrugd.
Dit is een belangrijk verschil tussen A Survivor en Dodenkoor. De afstand tussen jou als luisteraar en de overlevende wordt wel verkleind. A Survivor geeft het idee van een persoonlijk gesprek. Is het de verbeelding die hierin een rol speelt?

DRIE
A Survivor kan gezien worden als een zogenoemd gelegenheidswerk. Als een getuigenis van de holocaust, een beschrijving van een gebeurtenis. Zoiets als het verhaal van Wole Soyinka zal Schönberg ter ore zijn gekomen. De tekst is, zoals Schönberg op de voorzijde van de partituur schreef en in bijna elk tekstboekje en programmatoelichting wordt aangehaald, “based partly upon reports which I have received directly or indirectly”. Je kunt dan, wanneer je erin geïnteresseerd bent op zoek gaan naar andere getuigenissen van deze gebeurtenis, wanneer het plaatsgevonden heeft, wat ze precies zongen, hoe de bevelhebbers erop reageerden. Je kunt het werk vooral van waarde achten voor de joodse gemeenschap. Of het opvatten als een roep om aandacht voor de gruweldaden die er in Warschau hebben plaatsgevonden. Maar A Survivor is voor mij niet gekoppeld aan Warschau tijdens WO II en evenmin heeft het Sh’ma Yisrael voor mij als niet-joodse een speciale geloofsbetekenis. Schönberg voelde zich betrokken bij het lot van de joden in europa, ik niet op die manier, ook niet na het beluisteren van A Survivor.

Het verschil tussen een historicus en een dichter bestaat er niet in dat de een in verzen schrijft en de ander niet. Wanneer iemand een metrische versie van Herodotus zou maken, blijft dat geschiedschrijving, in verzen of in proza. Het wezenlijke verschil is dat een historicus beschrijft wat er gebeurd is en een dichter wat zou kunnen gebeuren. Poëzie is daarom ook filosofischer, en serieuzer en belangrijker dan geschiedschrijving. Ze beschrijft het algemene waar de geschiedschrijving zich op het bijzondere en individuele richt. (5)

Aristoteles is hier aan het woord. Iets verderop in zijn tekst verduidelijkt hij dit verschil nog verder: “Een dichter is een dichter omdat hij uitbeeldt en wat hij uitbeeldt zijn handelingen, en hij is niet minder dichter wanneer zijn gedicht gaat over gebeurtenissen die werkelijk hebben plaatsgevonden.” (6) Dit geeft ruimte. Dan klopt het dus dat ik Soyinka’s verhaal erbij gehaald heb, dat ik bij zijn verhaal meteen aan mijn ervaring van A Survivor moest denken. Dat er zoals Proust zegt een relatie bestaat tussen het beeld en de echte persoon. Omdat Schönberg, ook al gaat het over een gebeurtenis die werkelijk heeft plaatsgevonden, het algemene beschrijft, een handeling uitbeeldt. Maar als het dan niet gaat om de feitelijke gebeurtenissen, dat dat niet is waarom ik me met dit stuk verbonden voel, wat is het dan wel?

Beide citaten die ik hierboven gebruikt heb komen uit een tekst van Aristoteles over de tragedie. Een tragedie is volgens Aristoteles een uitbeelding van een handeling, een belangrijke en ernstige handeling. Door medeleven en vrees bewerkstelligt ze de zuivering van dit soort ervaringen. Dit wordt verkregen door middel van twee belangrijke elementen: de ommekeer en de herkenning. De ommekeer is een totale verandering van de gebeurtenissen zodat een tegengestelde situatie ontstaat, die aannemelijk is of noodzakelijk voortkomt uit de voorafgaande gebeurtenissen. De herkenning beschrijft Aristoteles als een verandering van onwetendheid naar inzicht. Het meeste effect op de emoties verkrijgt de dichter wanneer de ommekeer en de herkenning samenvallen. Het derde element van de tragedie is het lijden.

A Survivor kun je zien als een zeer gecomprimeerde tragedie. Het gaat om de uitbeelding van een handeling. Het element van het lijden is aanwezig. Er is sprake van een ommekeer: wanneer het onder bevel tellen van de nog levenden plotseling overgaat in het zingen van het Sh’ma Yisrael. De beleving van de situatie verandert hier enorm. (De situatie zelf niet.) Ook het element van de herkenning is in A Survivor aanwezig, het valt zelfs samen met de ommekeer. De joden zingen namelijk niet zomaar iets. Ze zingen het Sh’am Yisrael. Het gebed van de joden ter bevestiging van hun geloof in God. Dit feit was voor de verteller van extra betekenis omdat ze, zoals hij vertelt, dit gebed al vele jaren hadden verwaarloosd. Om dan nu je geloof te hervinden, op een moment dat je weet naar de gaskamers te zullen worden afgevoerd. Aristoteles noemt als schoolvoorbeeld van herkenning het moment dat Oedipus in zijn minnares zijn moeder herkent. (7) Ik denk dat dit moment in A Survivor, deze hernieuwing van het geloof, deze liefde voor God ook gezien kan worden als tot inzicht komen, als herkenning, zoals Aristoteles het noemt.

Maar is het medeleven en vrees dat A Survivor in de luisteraar oproept, zoals Aristoteles aangeeft voor zijn ideale tragedie, waar het aan lijkt te voldoen? Compassie? Nee. Dit stuk is hooguit met grote compassie geschreven. Dit weet ik over de componist, die zich uit solidariteit tot het joodse geloof bekeerde.

Medeleven, compassie heeft te maken met een verplaatsen, inleven in de ander. Kan de luisteraar zich verplaatsen in de overlevende? Nee, daarvoor is hij niet voldoende aanwezig. Ook is de verteller niet gelijk aan de overlevende, zoals een acteur zijn personage is. De verteller spreekt over “they”, niet “we”. slechts één keer heeft hij het over “us”. Kan ik me dan identificeren met de niet aanwezige “they”? Ook niet. Ook al zijn er dus overeenkomsten met de tragedie, één belangrijk aspect ontbreekt: de acteurs, de personages. Personages waarmee ik me zou kunnen identificeren, in kan verplaatsen. Toch schreef ik “Het was letterlijk en figuurlijk alsof ik me midden tussen al die zingende mensen bevond.”

VIER
Verbeelding heeft te maken met jouw vermogen je een voorstelling te maken van de gevoelens, van de ervaring van de ander, je in zijn leven in te leven, en mogelijk kun je dan compassie met de ander hebben. Maar verbeelding heeft ook te maken met de ander die uitdrukking probeert te geven aan zijn ervaring, jou probeert te laten zien wat hij ziet. Verbeelding kan dus twee verschillende kanten op gebruikt worden/werkzaam zijn.

Soyinka probeert een beschrijving te geven van het moment van schoonheid. Hoe de gevangenis eruit zag, hoe het rook, wat hij hoorde. Hij verwijst daarbij naar gedichten die hij erover geschreven heeft en dat elke gevangene weet hoe de sfeer op zo’n executiedag is. Maar daarbij niet verwijzend naar of vergelijkend met ervaringen die niet-gevangenen kunnen hebben. Misschien omdat het niet met een andere situatie te vergelijken is. In A Survivor geeft de overlevende eveneens een beschrijving van de omstandigheden waarin hij toen leefde. Hij vraagt zijn gesprekspartner onder andere zich voor te stellen hoe je ooit zou kunnen slapen …. Maar er is in A Survivor niet alleen een overlevende aan het woord zoals Wim Kayzer Soyinka aan het woord laat.
Er is in A Survivor een verteller, een mannenstem, door wie de luisteraar verschillende stemmen tot klinken hoort komen: de overlevende, een verteller, de duitse sergeant, … De overlevende hoeft dan niet meer de bevelende stem van de sergeant te beschrijven, ik hoor deze stem. De verbeelding wordt nog verder op weg geholpen. Want naast het duits van de bevelhebber krijg ik ook bijvoorbeeld de trompet te horen die het teken voor appel blaast. De geluiden worden (zo getrouw mogelijk) nagemaakt. Maar er is muziek. De muziek is al voor de verteller aanwezig, het signaal van de trompetten heb ik al gehoord. Met de beschrijving van de verteller, met de verbeelding wordt de trompet de trompet van het reveille. De verbeelding geeft de betekenis aan wat je hoort. Hij begint metaforen gebruiken (like a stampede of horses) en dan op dat grandioze moment is de macht van de verbeelding tot zijn grootste hoogte gebracht. De verteller is er niet meer. Jij (de ander, de luisteraar) bent daar in Warschau, als toeschouwer, toehoorder, als getuige van die gebeurtenis waarin onverwacht, als afgesproken, die mensen die naar de gaskamers worden afgevoerd gaan zingen. Ze zingen, je hoort ze, niet in je verbeelding, nee, je hoort ze in het echt.

Plato is van mening dat mimesis (nabootsing, namaak) tot vermindering van de werkelijkheid leidt en naast de meeslependheid is het daarom dat we absoluut niets mogen toelaten wat met kunst te maken heeft. (8) Plato heeft hier zeker een punt. De kloof tussen jou en de oorspronkelijke ervaring van de ander is niet te overbruggen (Nagel). We kunnen slechts een zeer bescheiden poging doen. Want blijkbaar is het wel waardevol die poging te ondernemen.

A Survivor is een muzikale compositie met tekst, preciezer, met een verteller. En daardoor is het verleidelijk om de aandacht op de tekst te richten, het geeft houvast. Daarmee wordt echter geen recht aan de compositie gedaan. Toch wil ik deze lijn opnieuw oppakken en Azar Nafisi erbij halen. Nafisi probeert in een van haar colleges die ze in Lolita lezen in Teheran beschrijft, haar studenten duidelijk te maken hoe je een roman leest. Ze gebruikt hiervoor The Great Gatsby van Fitzgerald. Ik heb deze passage naar A Survivor vertaald:

Maar hij (Fitzgerald/Schönberg KW) wil dat (het idee achter het verhaal KW) niet zomaar zeggen. Hij wil ons daar in Warschau hebben. (…) Wat heeft (hij) gedaan om deze scène de structuur van een reeële ervaring te geven? (…) Hij neemt je mee Warschau in en herschept de zintuiglijke ervaring van die ochtend, zoveel decennia geleden, en wij, de luisteraars, houden met de verteller onze adem in wanneer we beseffen wat er zojuist bij de mensen is gebeurd.
(…)Een roman is geen allegorie. Het is de zintuiglijke beleving van een andere wereld. Als je niet die wereld binnengaat, mét de personages je adem inhoudt en je laat betrekken in hun lotgevallen, kun je niet meeleven, en meeleven is het hart van de roman. Zo lees je een roman: je ademt de ervaring in.

Nafisi’s verhaal is haast een antwoord op de vraag die Plato stelt: wat blijft er over als we een literair werk ontdoen van zijn stilistische kleuren en het tot zuivere mededeling terugbrengen? (10)
Als ik met Nafisi instem, gaat het dus bij een roman niet om het idee achter het verhaal, alsof het idee losstaat van het verhaal zelf, het idee zonder verhaal kan. Het gaat niet om de zuivere mededeling van kennis, waar Plato zo’n groot belang aan hecht. Het is de zintuiglijke ervaring waar het volgens Nafisi om draait. Maar waarom is de zuivere mededeling van Plato niet voldoende? Waarom wil Schönberg ons daar hebben? Waarom die zintuiglijke ervaring? Het is wel wat ik heb proberen te laten zien wat er gebeurt. Ook al zal het moment toen daar nog vele malen sterker en intenser en misschien ook anders zijn geweest. Ik heb wel iets heel sterks gevoeld tijdens dat concert, zo sterk dat mijn hart een maal oversloeg. Maar waarom moest ik dit ervaren, waarom heeft Schönberg al deze middelen ingezet?

VIJF
Terug naar het persoonlijke gesprek tussen de overlevende en de ander, mij. De overlevende wil iets overdragen, duidelijk maken, iets wat hem van grote waarde is, iets dat de doffe ellende van de riolen zelfs doet verbleken, iets dat hij móet vertellen, rondvertellen, omdat hij er zo vol van is. Een moment dat diepe indruk op hem gemaakt heeft, hij noemt het dan ook een grandioos moment. iets dat hij de ander mee wil delen, meedelen, delen met, geven, iets waardevols geven, niet voor jezelf houden, verborgen voor anderen, maar uitdragen. hij wil dus de ander iets duidelijk maken, heeft er echter de woorden niet voor, omdat je daar had moeten zijn, je had het zelf moeten ervaren. Net als dat je een muziekstuk geweldig vind, dan wil je dat de ander laten horen, de ander meenemen naar het concert, op zijn minst een opname ervan laten horen. Wanneer dat niet mogelijk is probeer je zo goed en zo kwaad als dat gaat de muziek te omschrijven, het genre, de instrumenten, met of zonder tekst, je gaat proberen het te vergelijken met andere muziek die de ander misschien wel kent, het lijkt op …, maar dan met …. Je onderneemt pogingen.

De enorme verdichting, beklemming, als een dissonant die verlangt naar zijn consonant, de oplossing. Maar het is niet de verademing, de opluchting van het horen van de consonant die erop volgt. (De consonant komt ook niet, het tweede gedeelte, het gebed is streng dodecafoon.) Niet het einde van een sprookje waarin alles weer goed komt en je de gruwelijkheden achter je kunt laten, vergeten. Gereduceerd tot verpozing waar Plato zich tegen keerde. Het gaat helemaal niet om de zuivere mededeling. Het is ook niet alleen dat woorden tekort schieten. Stel dat het wel mogelijk zou zijn er woorden aan te geven, dan zouden het slechts woorden zijn, een mededeling zonder betekenis, zonder waarde. De betekenis die de herinnering van dit moment voor de overlevende heeft. Dankzij de verbeelding zijn uiteindelijk geen woorden meer nodig. De luisteraar ondergaat de ervaring.

Ik heb A Survivor beschreven als een intiem gesprek dat zo’n indruk op me maakt dat ik het voor altijd in gedachte houd. Waarom ik nu bijna tien jaar na dat concert er nog steeds vol van ben. Reinbert de Leeuw vertelde in een interview: “Als musicus heb je een aantal middelen tot je beschikking om een noot z’n maximale betekenis te geven. (…) Als dat allemaal klopt, hoop je dat je bij de luisteraar een totaal nieuwe ervaring teweegbrengt. Een fysieke sensatie die zich niet laat omschrijven.” (11) Deze fysieke sensatie is niet het genot en pijn waar Plato het over heeft. Martha Nussbaum schrijft naar aanleiding van Medea van Seneca: “Medea’s hartstochtelijke liefde, haar woede en haar verdriet zijn allemaal identiek met oordelen die aan Jason een hoge, onvervangbare waarde toeschrijven”. (12) Mijn hart dat echt een slag oversloeg, zich omkeerde, als de omkering van Aristoteles die versterkt wordt wanneer zij samenvalt met de herinnering. De herinnering aan leven. Het inzicht waar het in het leven echt om gaat. En dit is waar het in A Survivor volgens mij ook om gaat. Om dat grandioze moment waar in de meest onmogelijke omstandigheden herinneringen bovenkomen van een krachtbron, van muziek, van leven. Wat de overlevende van de razzia’s in Warschau, wat Wole Soyinka in de gevangenis in Nigeria zijn gesprekspartner probeert te laten zien, horen, voelen, ervaren is niet mooi, niet troostend, ook niet wraakzuchtig, het is iets groots, weids, grandioos, iets dat je met iedereen wilt, moet delen.

Iris Murdoch begint haar essay De soevereiniteit van het Goede met het onderstrepen van het belang van metaforen. Metaforen, zo schrijft ze, “geven op fundamentele wijze uitdrukking aan hoe wij mensen onze toestand ervaren (…) [die] niet ontleed kunnen worden in niet-metaforische componenten zonder dat er een deel van de inhoud verloren gaat”. (13) Dit wil ik graag uitbreiden naar de zintuiglijke ervaring die verbeelding, die kunst kan geven. En Proust? Ik denk dat ik me liever mee laat nemen door een ‘echt’ persoon om dat waar hij zo vol van is mee te beleven.

1. Zie bijlage voor de tekst van A Survivor from Warsaw
2. Oorspronkelijk uitgezonden door de VPRO op 2 januari 2000, herhaald op 1 juni 2003.
3. Zie bijlage voor de tekst Dodenkoor
4. Ik maak hierbij en ook verderop in de tekst dankbaar gebruik dat Joke Dame aanbrengt tussen acteur, verteller en focalisator in hoofdstuk I en IV van Het zingend lichaam. Kampen: Kok Agora, 1994.
5. Aristoteles, Over poëzie. Vertaling, inleiding, annotatie en nawoord door Ben Schomakers. Leende: Damon, 2000. p. 45
6. Ibid., p. 46
7. Ibid., p. 48
8. Plato, Politeia. Vertaald door Gerard Koolschijn. Amsterdam: Atheneum, Polak & Van Gennep, 1981. p. 257-261
9. Azar Nafisi, Lolita lezen in Teheran. Vertaald door Mea Flothuis. Amsterdam: Arena, 2004. p. 133-134
10. Plato, p. 263
11. Sandra Heerma van Voss, ‘Reinbert de Leeuw: Een d die de muziek veranderde’, in: M, maandblad van het NRC Handelsblad, 2002. p. 83
12. Martha Nussbaum, ‘Slangen in de ziel. Een interpretatie van Seneca’s Medea‘, in Wat liefde weet. Amsterdam: Boom, 1998. p. 152
13. Iris Murdoch, ‘De soevereiniteit van het goede’, in: Over God en het Goede. Amsterdam: Boom, 2003. p.130

Van de Schoonheid en de troost. Wim Kayzer in gesprek met Wole Soyinka

Dodenkoor  3’30”

[Een rare vraag aan iemand die twee jaar gevangen heeft gezeten: Wat waren de schoonheid en troost van die tijd? Die moeten er achteraf bezien ook zijn geweest.] Ik kan je wel een moment van schoonheid beschrijven. Ik zat in een apart, afgesloten deel van de gevangenis met een hutje in het midden. Maar ik hoorde wel de stemmen van andere gevangenen. Ik hoorde hoe ze werden afgeranseld. De misère, de vuiligheid. Die kon ik ruiken. Op een dag werd er een groep gevangenen langs de muur van mijn onderkomen gedreven. Ik zag hun benen door de tralies. Ik zag de boeien om hun enkels. Ze waren op weg naar de strop. Een griezelige sfeer. Elke gevangenen kan je vertellen hoe de sfeer is op de dag van een executie. Ik heb daar nog een paar gedichten over geschreven. Daar hing een sfeer van doffe ellende en diep verdriet. Maar die dag waarom weet ik nog steeds niet begonnen de gevangenen zomaar te zingen. En ze bleven maar zingen. De hele atmosfeer was vervuld van vreugde, hoop verzet van een strijdbaar soort vastberadenheid. Maar niet agressief. Het was een soort collectieve vastberadenheid. En een samenballing daarvan drong tot in mijn afzondering door. Een hartversterkend, prachtig moment.
[Wat zongen ze?] Voornamelijk traditionele liederen. Ook christelijke liederen. Als de ene ophield, ging de andere verder. Het vloeide samen tot een soort pantheïstisch feest van harmonie. Dat was een dag van grote schoonheid. Ik was daar deel van en ik voelde ’t nog dagenlang.
[En wat zong jij?] Ik zong niet. Ik was er niet bij. Zij zaten in groepen gevangen. Ze vormden een gemeenschap van pijn, verdriet en ontrechting en opeens werd ’t een gemeenschap van hoop, van de wil om te overleven en dat drong tot mij door. Nee, ik zong niet mee. Ik was alleen toehoorder.”

vertaling: Peter van Oers

A survivor from Warsaw. Arnold Schönberg

Narrator’s text:
I cannot remember ev’rything.  I must have been unconscious most of the time. I remember only the grandiose moment when they all started to sing, as if prearranged, the old prayer they had neglected for so many years – the forgotten creed! But I have no recollection how I got underground to live in the sewers of Warsaw for so long a time.  –
The day began as usual: Reveille when it still was dark. Get out! Whether you slept or whether worries kept you awake the whole night. You had been separated from your children, from your wife, from your parents; you don’t know what happened to them – how could you sleep?
The trumpets again – Get out! The sergeant will be furious! They came out; some very slow: the old ones, the sick ones; some with nervous agility. They fear the sergeant. They hurry as much as they can. In vain! Much too much noise; much too much commotion – and not fast enough!  The Feldwebel shouts: “Achtung! Stilljestanden! Na wirds mal? Oder soll ich mit dem Jewehrkolben nachhelfen? Na jutt; wenn ihrs durchaus haben wollt!” The sergeant and his subordinates hit everybody: young or old, quiet or nervous, guilty or innocent. – It was painful to hear them groaning and moaning.
I heard it though I had been hit very hard, so hard that I could not help falling down. We all on the ground who could not stand up were then beaten over the head. – I must have been unconscious. The next thing I knew was a soldier saying: “They are all dead”, where upon the sergeant ordered to do away with us. There I lay aside – half-conscious. It had become very still – fear and pain.
Then I heard the sergeant shouting: “Abzählen!” They started slowly and irregularly: one, two, three,  four – “Achtung!” the sergeant shouted again, “Rascher! Nochmal von vorn anfangen! In einer Minute will ich wissen, wieviele ich zur Gaskammer abliefere! Abzählen!” They began again, first slowly: one, two, three, four, became faster and faster, so fast that it finally sounded like a stampede of wild horses, and all of a sudden, in the middle of it, they began singing the Sh’ma Yisrael:

Chorus:
Hoor, Israel: de HERE is onze God; de HERE is één! Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat.

Advertenties

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Advertenties