//
you're reading...
programmatoelichtingen

Bizet – Mendelssohn – Mahler

Vanavond klinken werken van twee zeventienjarige componisten. Alles waar deze componisten later zo beroemd om zullen worden is dan nog niet geschreven.
Stel, je bent 17 jaar oud, maakt deel uit van een muzikaal gezin, en je liefste bezigheid naast musiceren is het componeren van muziek. Je bevindt je daarbij in een omgeving waarin je het componeren en uitvoeren van nieuwe werken van dichtbij meemaakt. Voordat je een leeg vel muziekpapier voor je neemt, heeft iets je op het idee gebracht, een ontdekking die je nader wilt onderzoeken. Zo zal het waarschijnlijk gegaan zijn toen Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847) Shakespeares A Midsummer Night’s Dream ging dromen en toen Georges Bizet (1838-1875) geïnspireerd werd door de eerste symfonie van zijn docent en vriend Charles Gounod (1818-1893).

Bizet begint – zo staat op het manuscript aangetekend – op 29 oktober 1855 aan zijn symfonie. Hierbij gebruikt hij Gounods symfonie als leidraad. Mogelijk is hij op dat moment nog bezig met het piano-uittreksel voor Gounod of heeft hij dit net voltooid. In februari van dat jaar beproefde Gounod na een onsuccesvolle opera (La Nonne Sanglante) zijn geluk met een instrumentaal werk: de symfonie in D-groot. Hij had genoeg van lastige librettoschrijvers en klagende prima donna’s. De symfonie werd tijdens een concert op het Parijse conservatorium ten gehore gebracht. Zij bleek een enorm succes. Gounod vroeg de jonge Bizet, die hij als vervangend docent van het conservatorium had leren kennen, van de partituur een vierhandig piano-uittreksel te maken.

De meest opvallende gelijkenissen tussen de twee symfonieën zijn de fuga in het langzame tweede deel, de lyrische melodieën, de klassieke benadering van de sonatevorm en de kleine orkestbezetting. Binnen een maand heeft Bizet zijn symfonie voltooid. Er zijn echter geen aanwijzingen dat Bizet zijn eerste (en enige) symfonie aan iemand heeft laten zien. Hij heeft het werk tijdens zijn korte leven nooit uitgevoerd of voor publicatie aangeboden, maar wel altijd bewaard. Zijn vrouw, die hem vele jaren overleefde, schonk het manuscript, net als vele andere van zijn manuscripten, uit onverschilligheid aan vrienden. In 1933 belandde het uiteindelijk bij het Parijse conservatorium, dat al verschillende manuscripten in zijn bezit had. Daar leerde D.C. Parker (de eerste Engelse biograaf van Bizet) de symfonie kennen. Deze bracht het werk onder de aandacht van dirigent Felix Weingartner, die Bizets symfonie in C-groot op 26 februari 1935 in Basel haar première gaf. De partituur werd nog datzelfde jaar postuum uitgegeven; een jaar later was de eerste plaatopname beschikbaar. De Amerikaans-Russische choreograaf George Balanchine maakte in 1947 een ballet op Bizets symfonie, genaamd Symphony in C.

Oberon: …ein zartes Blümchen,
Sonst milchweiß, purpurn nun durch Amors Wunde,
Und Mädchen nennen’s “Lieb’ im Müßiggang”.
Hol mir die Blum! Ich wies dir einst das Kraut;
Ihr Saft, geträufelt auf entschlafne Wimpern,
Macht Mann und Weib in jede Kreatur,
Die sie zunächst erblicken, toll vergafft.
(2e akte, scène 1)

We zijn in de tuin van de Mendelssohns in Berlijn in de zomer van 1826. Vele gasten doen het huis aan. Op zondagmiddag worden huiskamerconcerten gegeven, poëzie wordt voorgedragen, toneelstukken worden in rollen verdeeld voorgelezen. De zeventienjarige Felix, die zich dan al op vele gebieden tot op buitengewone hoogten heeft ontwikkeld, koestert een grote liefde voor Goethe (die hij enkele keren ontmoet), Jean Paul en Shakespeare. Eind zeventiende eeuw worden de werken van Shakespeare met het verschijnen van vertalingen buiten Engeland bekend. De belangrijkste Duitse vertalingen zijn van de hand van A.W. von Schlegel, de broer van Mendelssohns oom. In de zomer van 1826 zal ook de komedie Ein Sommernachtstraum gelezen zijn. Op 7 juli 1826 schrijft Felix aan zijn zus Fanny dat hij een stoutmoedig plan voor ogen heeft: het dromen van de Sommernachtstraum.

Het hele werk is als een droom. Het opent met vier magische blazersakkoorden die aan het eind terugklinken, wanneer de droom wegsterft. De ouverture heeft de structuur van een sonate: een expositie, waarin de thema’s worden geëxposeerd; een doorwerking van deze thema’s; een reprise van de expositie en een afsluitend coda. De thema’s zijn duidelijk hoorbaar verbonden aan de belangrijkste personages van de komedie. Allereerst verschijnen de elfen ten tonele, verklankt door het gezoem van de violen. Daarna klinkt het majestueuze thema van de Atheense koning Theseus en zijn aanstaande bruid Hippolyta, gevolgd door een lyrische melodie (tweede thema), die het liefdespaar Lysander en Hermia bezingt. En dan horen we het klossen van de handwerkslieden, die een toneelstuk ter opluistering van het feest repeteren samen met het ie-aa! (de grote neerwaartse sprong in de violen en klarinetten) van Zettel met zijn door Droll getoverde ezelskop (derde thema).

Een maand na de brief aan zijn zus heeft Felix de partituur klaar. Felix en Fanny – quatre-mains aan de piano – verrassen de familie en gasten tijdens zo’n zondagmiddagconcert met de Droom. Carl Loewe, die die zomer te gast was in het ouderlijk huis in Berlijn, leidt op 20 februari 1827 in Stettin (tegenwoordig Szczecin) de première van de ouverture Ein Sommernachtstraum, samen met de negende symfonie van Beethoven (die een jaar eerder zijn première beleefde) en het Konzertstück van Carl Maria von Weber.

Gustav Mahler moet ongeveer 41 jaar oud zijn geweest, toen hij de gedichten van Friedrich Rückert (1788-1866) leerde kennen. Daarvoor had hij verschillende gedichten uit Des Knaben Wunderhorn (een verzameling volksgedichten en -liederen) getoonzet, zowel in de vorm van liederen, als in de vorm van delen van symfonieën. In zijn nieuwe zomerhuis bij Maiernigg aan de Wörthersee, werkt Mahler in de zomer van 1901, naast de vijfde symfonie (voltooid in de daaropvolgende zomer), aan meerdere werken op gedichten van Rückert voor zangstem en orkest. De liederen krijgen in de zomer van 1904 – Mahler had alleen in het zomerreces van de Hofoper in Wenen tijd om te componeren – hun definitieve vorm. Er ontstaat een liederencyclus bestaande uit vijf gedichten uit de bundel Kindertotenlieder. De Kindertotenlieder worden tezamen met de zesde symfonie in de zomer van 1904 voltooid. Andere liederen zullen uitgegeven worden als de vijf Rückert-Lieder.

Rückert behoort samen met Goethe, Heine en Eichendorff tot de meest getoonzette dichters van de negentiende eeuw. Onder andere Robert Schumann, Johannes Brahms en Richard Strauss hebben zijn gedichten getoonzet. De bundel Kindertotenlieder (bestaande uit 428 gedichten) werd postuum in 1872 uitgegeven door Heinrich Rückert, de zoon van Friedrich. Rückert schreef de gedichten in 1834, direct nadat twee van zijn kinderen (vijf en drieëneenhalf jaar oud) elkaar in nog geen maand tijd opvolgend overleden aan roodvonk.

Langsam, wie ein Wiegenlied:
In diesem Wetter, in diesem Braus,
Sie ruhn als wie in der Mutter Haus,
Von keinem Sturm erschrecket,
Von Gottes Hand bedecket.

In de herfst van 1901 leert Gustav Alma Schindler kennen. Een half jaar later zijn ze getrouwd en op 3 november 1902 wordt Maria, hun eerste kindje, geboren. Op 15 juni 1904 komt hun tweede ter wereld, Anna. Alma schrijft in haar boek Alma Mahler-Werfel. Mein leben (1963): “Mir war diese Arbeit bei Lebzeiten der Kinder sehr unheimlich gewesen. Die beiden wunderbar begabten Kinder jubelten im Garten, und ich fühlte ein Grauen, daß er imstanden was, ihren Tod zu singen…”

Het is waar dat ook Mahler in zijn leven het verlies van zijn eigen kind zal meemaken. Maar wanneer hij in 1901 met het schrijven van de Kindertotenlieder begint, is daar  geen sprake van. De première van de Kindertotenlieder vindt plaats op 29 januari 1905 onder leiding van Mahler zelf. Het concert wordt georganiseerd door de Vereinigung schaffender Tonkünstler, een jaar eerder opgericht door Arnold Schönberg en Alexander von Zemlinsky om in het conservatieve Wenen een mogelijkheid te creëren nieuwe werken uit te voeren. Twee jaar later overlijdt zijn oudste dochter Maria. De sfeer, de dood en een diep religieus vertrouwen dat in Mahlers liederencyclus naar voren komt, is voor Mahler dus niet verbonden met de persoonlijke beleving van hetgeen de gedichten beschrijven.

_______________________________________

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)
Ouverture ‘Midzomernachtsdroom’, op. 21 (1826)

Gustav Mahler (1860-1911)
Kindertotenlieder (1901-04)
1) Nun will die Sonn’ so hell aufgehn
2) Nun seh’ ich wohl, warum so dunkle Flammen
3) Wenn dein Mütterlein
4) Oft denk’ ich, sie sind nur ausgegangen
5) In diesem Wetter, in diesen Braus

Diese 5 Gesänge sind als ein einheitliches, untrennbares Ganzes gedacht und es muß daher die Continuität derselben (auch durch Hintanhaltung von Störungen wie z.B. Beifallsbezeugungen am Ende einer “Nummer”) festgehalten werden. [GM]

Georges Bizet (1838-1875)
Symfonie in C-groot (1855)
I. Allegro vivo
II. Andante. Adagio
III. Scherzo. Allegro vivace
IV. Finale. Allegro vivace

Advertenties

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: